groepsfoto met spandoek tijdens OntKoppeling
image/svg+xml
Gepubliceerd op 23 juni 2022

De OntKoppeling - het verhaal van Liesbeth Postma en Frederique Coelman

Op dinsdag 21 juni vierden we dat het gebouw van De Koppeling dit jaar haar deuren kan sluiten. Het was een lange weg, we zijn trots dat het nu (bijna) zover is.

Directeuren Liesbeth Postma en Frederique Coelman spraken in hun speech over de ervaringen van jongeren in gesloten jeugdzorg. En hoe die hun de kracht gaven om de zorg van binnenuit te veranderen.

Nieuws

“Wat als de problemen van jongeren zo groot en complex zijn, dat zij niet meer willen leven, zichzelf beschadigen, slachtoffer worden van mensenhandel of zich agressief gedragen, agressief naar zichzelf of naar de buitenwereld? Wat als ouders, school en hulpverleners alles al hebben geprobeerd, maar niks lijkt te werken? Lange tijd kwamen deze jongeren terecht in jeugdgevangenissen, zonder dat zij behandeling kregen. Dat terwijl ze geen strafbare feiten hadden gepleegd. In 2007 kwam gesloten jeugdzorg als alternatief.

De Koppeling werd zo’n nieuwe instelling. We startten dat jaar vol overgave aan de creatie van een programma en verblijf voor kinderen die vlak daarvoor nog noodgedwongen in de gevangenis zaten. We wilden het beter doen. We zetten onze kennis en betrokkenheid in voor de best mogelijke behandeling, begeleiding en onderwijs. We gingen werken met een methode die zich richt op het naar boven halen van krachten en kwaliteiten van jongeren.

Er zijn vandaag medewerkers van het eerste uur aanwezig. Allemaal bevlogen collega’s die er alles aan deden om jongeren weer perspectief te bieden. Zij zorgden ervoor dat jongeren weer relaties leerden aangaan, hoop en vertrouwen kregen, zich gezien en gewaardeerd voelden. Jongeren haalden schooldiploma’s of deelcertificaten. Er zijn jongeren die kunnen zeggen dat de gesloten opname goed is geweest.

De methode die we gebruikten werkte ook met structuur, om rust en veiligheid te bieden aan de kinderen. Daarbij hoorde straffen en belonen. Er waren veel regels, veel protocollen waar medewerkers zich aan dienden te houden. Na 3 keer waarschuwen werd er alarm gedrukt. Een knuffel geven mocht niet. Het was niet de bedoeling dat medewerkers contact hielden met kinderen die weggingen. Gaandeweg leerden we dat de methodiek, de regels en de protocollen voor lang niet alle jongeren goed waren.

We weten nu dat in die jaren jongeren verder beschadigd konden raken. Ze zaten te lang alleen op hun kamer. We behandelden alle jongeren hetzelfde, terwijl sommige jongeren het alleen zijn niet konden verdragen. Zij voelden zich alleen gelaten, eenzaam en angstig. Er werd teveel dwang en drang toegepast. De groepen waren te groot, er was te veel onrust. Als een situatie uit de hand liep, pakten een aantal medewerkers een jongere vast. Dat moest zo volgens het protocol. Als de veiligheid van medewerkers, de jongere zelf of andere jongeren ernstig in het geding was, zagen we toen geen andere oplossing dan jongeren opsluiten in een isoleercel. Zonder het te willen, ontstond er een klimaat van onderdrukking. Er was te weinig ruimte voor de eigenheid van jongeren. We boden te weinig ruimte voor autonomie en verbondenheid, terwijl dit belangrijke aspecten zijn in de ontwikkeling van jongeren: je verbonden weten en ervaren dat je ruimte hebt om ook eigen keuzes te maken en daarvan te leren.  En dat heeft jongeren schade berokkend, dat realiseren wij ons ten diepste en daarvoor bieden wij onze oprechte excuses aan. Aan de jongeren, hun opvoeders en aan de medewerkers die hun werk naar eer en geweten deden.

Toen wij in 2013 binnenkwamen, troffen we een organisatie aan die het graag anders wilde doen, maar nog niet goed wist hoe. Kwetsbare jongeren laat je niet alleen en horen niet achter gesloten deuren, hoe complex hun problemen ook zijn. Daarom spraken we de ambitie uit om De Koppeling overbodig te maken en te gaan voor: geen kind meer gesloten. En in de tussentijd wilden we de hulp verbeteren voor de kinderen die aan onze zorg werden toevertrouwd en alternatieven voor gesloten jeugdzorg ontwikkelen.

 

De hulp verbeteren

Hoe konden we wel zorg bieden die aansloot op individuele behoeften van jongeren, in een omgeving die veilig was voor zowel jongeren als medewerkers? Konden we werken met minder regels en gedwongen afzonderingen?

Voor sommigen bleek de gewenste verandering spannend. Want wat moet je doen als de emoties op een groep heel hoog oplopen, je als hulpverlener angstige gevoelens ervaart in een situatie en onzeker bent over hoe te handelen? Situaties die regelmatig ook gevaarlijk waren. En hoe bied je eigenlijk individuele zorg op maat in groepsverband?

Ondanks alle onzekerheden hadden we een rotsvast vertrouwen dat het anders kon, dat we het elke dag een beetje beter konden doen, stap-voor-stap. We konden samen leren wat er nodig was.

 

Onszelf overbodig maken

En dan de vraag hoe we onszelf overbodig konden maken, als er nog geen alternatief was. Lang niet iedereen geloofde dat het mogelijk was. In het werkveld reageerden mensen sceptisch. Hoe kan je de veiligheid van jongeren bewaken als er straks geen gesloten deuren meer zijn?

 

We deden het samen

Gelukkig waren er veel mensen en organisaties die mee wilden denken en werken aan de veranderingen. Allereerst de jongeren uit de jongerenraad, tegenwoordig CONVO, die met ons meedachten. En ook Jason en Sanne, de medewerkers van De Koppeling en het onderwijs, Altra, de jeugdhulp, de jeugd GGZ, de Jeugdbescherming, William Schrikkergroep, politie en gemeentes. Onze bestuurders Mariënne Verhoef en Nellieke de Koning gaven het vertrouwen om door te gaan, Shirine Moerkerken en Maurits Broekema inspireerden ons. Martijn Zaal en Sigrid van de Poel waren onze steunpilaren met dezelfde visie en ambitie. Vele collega’s van Levvel, Altra en daarbuiten droegen bij.

 

De weg

Dat was hard nodig, want de weg kende vele beproevingen. Jongeren met steeds complexere problemen werden bij ons geplaatst. We konden lang niet altijd de best passende zorg bieden. Terwijl de buitenwereld verwachtte dat gesloten jeugdzorg de problemen van jongeren en gezinnen snel kon fixen. Er bleven er incidenten plaatsvinden. Jongeren die zichzelf ernstig beschadigden, of geweld gebruikten tegen medewerkers. Hoe konden we dat voorkomen?

Gelukkig leerden we gaandeweg wat er wel werkte. Allereerst leerden we steeds beter luisteren naar jongeren en hun behoeften. We creëerden een omgeving waar zij zowel zorg als onderwijs kregen, afgestemd op wat ze nodig hebben en dus op maat. Een omgeving waar hulpverleners dichtbij bleven, ook, of juist, als het lastig was en waar het geven van een knuffel nu wel op zijn plek was. Immers, ook als je even niks kan doen, kan je er nog wel bij blijven. Deze manier van werken is mooi opgeschreven door Karin Schaafsma in ons boek “Kalme hersenen, warm hart”!

 

Verandering cultuur en werkwijze

Er was een cultuurverandering nodig en nieuwe werkmethodes. Een cultuur gericht op liefdevolle zorg, kwetsbaarheid, verbinding en ondersteuning. We gebruiken nu de Presentiebenadering waarin het relationeel werken centraal staat. In relationeel werken neem je altijd jezelf mee en stem je daarbij af op de opgave van de ander. Dat vraagt ook kennis en reflectie over jezelf. En het systeemgericht werken en de methode van geweldloos verzet hebben bijgedragen aan het anders kijken naar ingewikkelde vraagstukken.

Tegelijkertijd ontwikkelden we met Jeugdbescherming, Altra, politie en andere partijen de beweging Radicaal Stoppen met Dwang en Drang om te voorkomen dat jongeren in de gesloten jeugdzorg geplaatst werden. Zo konden we groepen kleiner maken en het aantal groepen verminderen.

 

Kleinschalige groepen in woonwijken

De afgelopen jaren verlieten de eerste groepen dit gebouw. Via school, sport en werk kunnen de jongeren daar veel meer deel uitmaken van de maatschappij. Dit jaar kunnen de laatste groepen verhuizen naar huiselijke appartementen in woonwijken. Zo kunnen we de deuren van De Koppeling in Amsterdam Zuidoost sluiten en het gevangenisgevoel achter ons laten. De transformatie is daarmee nog niet klaar. In de nieuwe situatie hebben jongeren die bij ons verblijven zelf nog geen huissleutel. Dat is onze volgende uitdaging.

 

Samen leren

We hebben in de afgelopen jaren met elkaar ontzettend veel lessen geleerd:

  • Allereerst leerden we dat het ook een maatschappelijk probleem is waarvoor de JeugdzorgPlus een oplossing gevraagd wordt. Want kwetsbaarheid en machteloosheid over niet weten hoe te handelen, wordt weggewerkt door kinderen in de JeugdzorgPlus te plaatsen. Dit hebben we aan de orde gesteld op alle bestuurlijke overlegtafels in Nederland.
  • Het bieden van openheid over de geslotenheid: de buitenwereld heeft geen idee wat JeugdzorgPlus is en doet.
  • We hebben leren vertragen en leren verdragen: niet direct handelen, niet direct verwachten dat er snelle oplossingen moeten komen, tijd nemen voor reflectie samen met ouders en jongeren.
  • Leren risico’s te nemen, dit accepteren en delen met belangrijke anderen waaronder de gemeenten.
  • Geduld betrachten, dit soort verbeteringen kosten tijd.
  • Samen, samen, samen met directie, medewerkers, jeugdbescherming: je kan dit niet alleen

 

 

Onze volgende bestemming

In onze werkwijze is veel veranderd, maar geen kind meer gesloten, daar zijn we nog niet. Om daar te komen richten we ons op het  stroomopwaarts werken, oog en hulp voor oa traumatisering bij ouders, meer inzet op het voorkomen van erger door intensieve zorg en ondersteuning in de thuissituatie en de open woongroepen.

En als een kind echt niet meer thuis kan wonen, is het nodig om een kind een onvoorwaardelijke woonplek bieden. Alleen in een stabiele woonomgeving kan je een nieuw thuis ervaren, waar je je kan ontwikkelen.

 

Tot slot

We zijn trots dat we zover zijn om dit jaar de deuren van dit gebouw te sluiten. Het was een lange weg om hier te komen. Het was boeiend en leerzaam. Het was ook een moeilijke en pijnlijke weg. Moeilijk omdat we de eerste waren die aan de orde stelden dat het anders moest. We kregen veel kritiek en tegenwind. Pijnlijk omdat we weten dat kinderen ongewild nog verder beschadigd raakten, terwijl zij al een moeilijke jeugd achter de rug hadden. We hebben ons dat gerealiseerd en het heeft ons de kracht gegeven om te veranderen en door te zetten.

We hadden ervoor kunnen kiezen om de deuren al eerder te sluiten, om als Levvel geen JeugdzorgPlus meer te bieden. Dit wilden we niet, want daar zouden de kinderen niet mee geholpen zijn. Ze waren dan naar andere JeugdzorgPlus instellingen gegaan. Samen met Jeugdbescherming, Altra en alle partners kozen we om de zorg van binnenuit te verbeteren en alternatieven te ontwikkelen. De sluiting van dit gebouw is daarin een belangrijke mijlpaal.

Zoals gezegd, de transformatie is nog niet af. De ontwikkeling van alternatieven is nog in volle gang. Dat blijven we graag samen doen met jongeren, medewerkers en partners, want samen zijn we sterker!”

 

Liesbeth Postma en Frederique Coelman

21 juni 2022

 

 
Vragen? Misschien vind je bij veelgestelde vragen het antwoord. Staat je vraag er niet bij? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.